Het rouwproces van Mark Rutte

Binnenland ZIEN: Baudet krijgt 'standje' van Wilders. Redactie 14 februari 2018 – 11:37 Tussen alle serieuze gesprekken door bij het debat van gisteren over de leugen – en het vertrek – van Halbe Zijlstra was er af en toe ook grote hilariteit in de Tweede Kamer. 

Thierry Baudet hield zijn zegje waarin hij onder andere aangaf dat hij het een goede oplossing had gevonden als Zijlstra in het landsbelang “met de stille trom” (oftewel: stilletjes, zodat niemand erachter komt) was vertrokken. Een opmerkelijke uitspraak. Wilders wees de leider van Forum voor Democratie er dan even op dat dit zo in een parlementaire democratie niet hoort te werken.

Het geval William Moorlag was nog niet geweest of daar was alweer de affaire Marleen Barth. Het stof (‘Rode barones bakt ze bruin op de Malediven’) is nog niet neergedwarreld of daar blijkt Halbe Zijlstra zichzelf veel groter te hebben gemaakt dan hij feitelijk is. 

Hieronder kunt u het betoog van Baudet, de interruptie van Geert en de overwegingen over wat dan wel het beste zou zijn geweest, terugkijken (actie vanaf 4.25 als u even geen zin heeft in de woorden van Thierry).

Het zwaarste verwijt dat de oppositie hem maakte, is dat de premier al twee weken wist van de leugen van Zijlstra over diens aanwezigheid in Poetins datsja, maar dat hij de Kamer daarover niet informeerde. Terwijl het toch niet om kruimelwerk ging. Een minister van Buitenlandse Zaken die fabuleert over zijn contacten met een wereldleider, verliest al snel in alle opzichten zijn geloofwaardigheid. En zou dát risico dan niet iets zijn om metéén met de Tweede Kamer, dé controleur van de regering, te delen?

Mark Rutte, kampioen pappen en nathouden 13 februari 2018 17:12 Het doek is gevallen voor Halbe Zijlstra. Zelfs de steun van zijn politiek leider en vriend Mark Rutte heeft hem niet kunnen redden. Afvallen deed Rutte hem evenmin. Halbe kreeg de klassieke Rutte-behandeling.

Zo raakt de aftocht van Zijlstra niet alleen hemzelf, maar ook de premier én de hechtheid van de coalitie als geheel. Zijlstra was immers niet zomaar iemand. Hij was een van de voornaamste architecten van dit kabinet. Was Rutte tijdens de formatiebesprekingen vanwege zijn premierschap nogal eens absent, Zijlstra zat altijd aan de tafel. Hij weet alle ins en outs van de gemaakte afspraken; ook wat de achterliggende gedachten waren achter soms algemeen geformuleerde en cryptische frases in het regeerakkoord.

Tijdens de drie kabinetten van Rutte gingen zeven bewindspersonen Zijlstra voor. Neem het eerste slachtoffer van het kabinet-Rutte II: PvdA-staatssecretaris Co Verdaas (Economische Zaken). Verdaas zat na zijn beëdiging op 5 november 2012 slechts een maand op zijn post. Hij moest vertrekken nadat bleek dat hij als gedeputeerde van de provincie Gelderland grote fouten had gemaakt bij het declareren van de kosten voor zijn woon- en werkverkeer.

Een flink deel van de oppositie kon daar dinsdag weinig mee. Hier was simpelweg artikel 68 van de Grondwet in het geding, betoogde Wilders, die het kabinet verplicht om, ook proactief, alle relevante informatie met het parlement te delen. Zijn motie van wantrouwen werd door vijf fracties (PVV, SP, PvdD, DENK en FVD), samen goed voor 43 zetels, gesteund. Misschien geen catastrofe voor Rutte III, maar wel vervelend voor een kabinet dat steeds naarstig zoekt naar ruimere coalities.

Op 6 december 2012 stapte Verdaas op. Volgens Rutte was Verdaas ‘geknipt voor zijn functie’, maar nadat bleek dat de staatssecretaris fouten had gemaakt, stelde Rutte dat hem geen blaam trof. “Ik kon niet doorvragen over zaken die mij niet bekend zijn.”

Zulke termen gingen Rutte echter „veel te ver.” Jawel, hij had fouten gemaakt. De grootste beging hij maandagmorgen. „Toen de Volkskrant met dit artikel kwam, had ik meteen een brief naar de Kamer moeten sturen.” Wat hem echter parten speelde, was dat hij de kwestie twee weken geleden „totaal verkeerd inschatte.” Na een goede uitleg door de bewindsman in het parlement zou de zaak wel weer gesust kunnen worden, meende hij. „Ik zag het niet als een doodzonde.”

Na Verdaas moesten nog zeven bewindslieden van de kabinetten Rutte II en III hun biezen pakken. Rutte accepteerde het vertrek van de een makkelijker dan van de ander. Neem zijn verdediging van VVD-staatssecretaris van Financiën Frans Weekers in januari 2014. Weekers moest opstappen nadat de Belastingdienst tienduizenden mensen liet wachten op hun premies. Volgens Rutte was Weekers enkel ‘gestruikeld’ over details. “Politiek is geen debatwedstrijd,” stelde Rutte. “Ik meen dat Weekers goed bezig was. Hier geldt: je kunt niet elke vraag beantwoorden die gesteld wordt.”

De grootste klappen kreeg Rutte rond de Teevendeal. De bonnetjesaffaire – aanleiding: een schikking ter waarde van 4,7 miljoen gulden van Fred Teeven als officier van justitie met drugscrimineel Cees H. – luidde in maart 2015 het vertrek in van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) en zijn minister Ivo Opstelten. “Twee gedreven vakmensen,” noemde Rutte hen.

Dat hij er niet meer is, kan de coalitie later best nog opbreken, vooral als er meningsverschillen rijzen over de uitleg van het akkoord. Snel even aan Halbe vragen „wat we ook alweer bedoelden met die drie zinnen op pagina 16”; dat is er dan niet meer bij.

Ook Opsteltens opvolger Ard van der Steur moest op 26 januari 2017 het veld ruimen, nadat bleek dat hij als Kamerlid directief advies aan zijn voorganger had gegeven over de politieke afhandeling van de affaire. “Een onwinbare strijd,” noemde de premier de strijd van Van der Steur. De kritiek van de oppositie op zijn eigen handelen was hard. “Rutte is een bedreven doofpotmanager,” kreeg hij te horen van PvdD-Kamerlid Esther Ouwehand. Indirect werd ook Tweede Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg slachtoffer van de Teevendeal. Zij stapte op nadat uitkwam dat ze een belastende brief over de deal had vernietigd.

Het stelligst was de minister-president in zijn verdediging van Defensie-minister Jeanine Hennis-Plasschaert. “Ja, dat vind ik zeker”, zei hij op de vraag of Hennis kon aanblijven, na een kritisch rapport over een mortierongeluk in Mali.

Defensie had volgens de Onderzoeksraad voor de Veiligheid ‘ernstig tekortgeschoten’ in de zorg voor de veiligheid van Nederlandse militairen. Volgens Rutte was het echter niet genoeg om haar de deur uit te werken. “Zij kan zich prima zelf verdedigen.”

Dat Rutte met alle macht probeert het stuur recht te houden, blijkt ook uit zijn verdediging van staatslieden die uiteindelijk op hun post mochten blijven. Tijdens zijn drie kabinetten stond hij vaak volledig achter zijn in opspraak geraakte bewindslieden.

Frans Timmermans (minister van Buitenlandse Zaken in Rutte II) stelde vlak na het neerhalen van MH17 bij Pauw dat het vliegtuig was neergehaald door een raket. Dat was tegen het op dat moment gebruikte kabinetsstandpunt, maar volgens Rutte maakte Timmermans ‘geen fout’.

“Als hij daar de vragen herhaalt en zich concentreert op een ander onderdeel in de discussie dan vind ik dat niet verwijtbaar,” aldus de premier ten tijde van de ophef. “Het zou een raket kunnen zijn, maar dat weten we niet. Wij baseren ons op objectieve, zorgvuldig tot stand gekomen rapporten.”

Ook verdedigde hij PvdA’er Jeroen Dijsselbloem (zijn minister van Financiën in Rutte II) toen Dijsselbloem Zuid-Europese landen betichtte van spilzucht aan ‘drank en vrouwen’ in een interview. Volgens de premier waren er citaten in het betreffende interview ‘op een hoop geveegd’ waarna er ‘verkeerde conclusies zijn getrokken’.

Sinds 2008 is Mark Rutte gastdocent aan de Johan de Witt Scholengroep in Den Haag. Daar handhaaft ‘meester Mark’ volgens rector – en voormalig Kamerlid – Kars Veling een ‘plezierige sfeer’. Die houding lijkt hij ook tijdens zijn premierschap te hanteren. Buiten de bekende botsingen met Geert Wilders waakt hij als een goedlachse meester over zijn ministerskroost.

Met een strategie die neigt naar pappen en nathouden lijkt Rutte eerder iedereen te vriend te willen houden. “Over een fout van mij was hij boos, en terecht,” vertelde Eric Trinthamer, voormalig voorlichter van de VVD-Tweede Kamerfractie in profiel van Rutte in HP/De Tijd. “Maar een kwartier later liep hij naar mijn bureau, stak zijn hand in de snoeppot en begon vrolijk over een ander onderwerp. Dat past bij zijn motto: geen bagage. Hup, verder. En ik ging daardoor weer met volle aandacht en plezier voor hem aan de slag.”


at Twitter: