Programma Winterspelen 2018

De PVV doet mee aan de verkiezingen van maart, naar eigen zeggen in dertig gemeenten. Hoe werkt dat, de PVV in de gemeenteraad? NRC volgde tien maanden lang de raad van Almere, waarin de PVV al meedraait sinds 2010. ‘Ze doen er van alles aan om ons binnen te zuigen.’

Als iets is aan te wijzen als een Almeerse PVV-methode, is het dit: contact maken met burgers. Op zo’n manier dat ze zich gehoord en gewaardeerd voelen. De PVV-raadsleden zie je dat steeds doen. Na afloop van een discussie over thuiszittende kinderen snellen bijna alle onderwijswoordvoerders naar andere vergaderingen. Niet PVV’er Olaf Buitelaar. Hij spreekt de moeders op de tribune aan. „Mag ik jullie e-mailadres? Dan kan ik laten weten hoe dit afloopt.”

Behalve controleur zijn commissarissen ook adviseur. Dat zorgt voor een „grijs gebied”, zegt Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance aan de universiteit van Tilburg en commissaris bij Achmea en NRC Media. De dubbele rol kan leiden tot botsingen over hoezeer de president-commissaris zich ermee mag bemoeien. „‘Nu zit je op mijn stoel’ is een van de meest gehoorde zinnen in de boardroom”, zegt Lückerath. Vooral commissarissen die zelf de baas zijn geweest bij een vergelijkbaar bedrijf zouden nogal eens moeite hebben zich in te houden. Lückerath: „Die moeten dan echt leren op hun handen te zitten.”

Wie is hier eigenlijk de baas?

Voor dit verhaal volgde NRC tien maanden lang de gemeenteraad in Almere. Regelmatig werd de gemeenteraadsvergadering bezocht. Daarnaast werd afzonderlijk gesproken met bijna alle fractievoorzitters, een aantal wethouders, de griffier en de burgemeester. De PVV werkte open mee.

Tien maanden lang volgde NRC de gemeenteraad van Almere, met twee vragen: hoe gaat dat eigenlijk, een raad met de PVV erin? Wat gebeurt er als alleen lokale media op de tribune zitten en niet de twittercratie regeert, maar het politieke handwerk telt?

Tot nu toe was de PVV alleen in Den Haag en Almere vertegenwoordigd. Nu maakt de partij kans in veel meer gemeenten in de raad te komen. „Lokaal is er een grote behoefte aan een sterke PVV”, schreef partijleider Geert Wilders in april vorig jaar, toen hij bekendmaakte dat de partij in (toen nog) zestig gemeenten zou meedoen aan de verkiezingen.

Dat is een vreselijk dilemma, weet voormalig Aegon-bestuurder Jan Nooitgedagt. Hij was president-commissaris van Telegraaf Media Groep (TMG), toen vorig jaar een felle overnamestrijd ontstond tussen Talpa, het bedrijf van John de Mol, en het Vlaamse Mediahuis. Alleen het bod van Mediahuis had kans van slagen, vonden Nooitgedagt en zijn mede-commissarissen, maar de twee bestuurders van TMG leken zaken te willen doen met De Mol.

Sindsdien is er gedoe: PVV-kandidaten bleken onvoldoende gescreend, met ruzie op de lijst beland of ervan afgehaald, of weggelopen uit de klasjes van de PVV omdat het te veel over islamisering ging. Andere partijen zeggen intussen niet met de PVV in één college te willen zitten, omdat de partij mensen uitsluit op basis van afkomst.

Vanwege dit wankele evenwicht is een goede relatie tussen de bestuursvoorzitter en de president-commissaris cruciaal, zeggen ervaringsdeskundigen. Tegelijkertijd kan de band ook weer niet té warm worden, want dat staat goed toezicht in de weg. Zo vertelt een voormalige topman van een groot bedrijf dat hij pas ná zijn vertrek vrienden werd met zijn president-commissaris, hoewel ze elkaar voor die tijd ook al graag mochten.

PVV-fractievoorzitter Toon van Dijk (rechts) in gesprek met Marcel Bakker van Leefbaar Almere. David van Dam

Ja, blijkt in Almere. Daar kwam de PVV in 2010 met negen zetels (van de 39) in de oppositie, die ze behield in 2014. Regelmatig vinden PVV en coalitiepartij VVD elkaar hier, of PVV en mede-oppositiepartij SP. Soms werkt de PVV zelfs samen met de PvdA, D66 of GroenLinks.

Een schorsing probeer je zo lang mogelijk uit te stellen, zegt Nooitgedagt. Hij deed het toch, omdat hij als president-commissaris verantwoordelijk is voor het bedrijf. „Als je het gevoel hebt dat het misgaat, moet je iets doen. Ook al gaat dat ten koste van je relatie met de bestuurders.” Het heeft veel indruk op hem gemaakt. „Ik ben er nog wel eens emotioneel over. Dan denk ik: had ik het anders moeten doen?”

Op bepaalde onderwerpen, zeggen de andere fractievoorzitters, is de PVV een partij als alle andere. „We hebben een aantal raakvlakken”, zegt de VVD. GroenLinks: „We hebben elkaar gevonden op dierenwelzijn.” De PVV zelf: „Met de PvdA wordt nu iets voorbereid over de inhuur van grootverdieners.”

In minder roerige tijden wordt de belangrijkste commissaris geacht onzichtbaar te zijn. Olga Zoutendijk gaf bij haar aantreden een persoonlijk interview aan Het Financieele Dagblad. Dat is ongebruikelijk, zegt Jos Streppel, want de bestuursvoorzitter is het uithangbord van het bedrijf. Daar moet geen verwarring over ontstaan. „Als je niet op de achtergrond kan blijven, moet je geen commissaris worden.”

D66-fractievoorzitter Jan Lems vertelt dat hij met de PVV een initiatiefvoorstel had over een referendum. „Dat was een toevalstreffer. Wij meldden bij de griffie dat we daarmee bezig waren en de griffie vertelde dat ook de PVV iets voorbereidde. Toen hebben we elkaar aangekeken.” Voor de andere Almeerse partijen kwam die samenwerking als „een donderslag”, zegt hij. „Ook voor de achterban van D66, zeker toen we met een gezamenlijk persbericht kwamen.” Het voorstel kreeg geen meerderheid; D66 en PVV trokken het terug.

In januari dient PVV-fractievoorzitter Toon van Dijk een motie in over de regelmatige afwezigheid van de burgemeester bij raadsvergaderingen. Hij vindt daarvoor steun bij bijna alle fracties – de kwestie zat anderen ook dwars en de motie is beleefd geformuleerd.

Waardoor burgemeester Franc Weerwind kan antwoorden dat voor hem „juist het voorzitten van de raad het allerbelangrijkste is” en dat het „een moeilijke afweging is” er niet te zijn. Johan de Leeuw van ouderenpartij AP/OPA zegt: „Ik merk dat ik wat rustiger in slaap val als u er wel bent.” „Niet in de vergadering”, probeert hij nog als de anderen in lachen uitbarsten. De sfeer is, hoewel het om het functioneren van de burgemeester gaat, uitermate ontspannen.

ABN Amro bevestigde dinsdag in een verklaring dat discussie over haar „leiderschapsstijl” aanleiding is geweest voor haar vertrek. Topman Kees van Dijkhuizen wilde er niet veel meer over kwijt dan dat Zoutendijk de bestuurders op tal van punten heeft „uitgedaagd” en dat onder haar leiding veel is veranderd. Zoutendijk heeft zelf nog niet willen reageren.

Minder gemoedelijk, en ook des PVV’s, was de manier waarop de motie een week eerder werd aangekondigd. Toen de burgemeester er níét was. Dat mag, maar is eigenlijk not done.

„Ik constateer dat de voorzitter wéér afwezig is”, zei Toon van Dijk toen. „Ik heb even navraag gedaan hoe vaak dat is voorgekomen: zeven keer, dat is een kwart van alle gevallen.” De motie diende hij die avond niet in omdat de burgemeester „zich er niet tegen kan verweren”.

Roelie Bosch van de ChristenUnie stak als enige de vinger op. Ze zei: „Het is wel vreemd dat de PVV nu de motie niet in wil dienen, maar die wel en plein public aankondigt. Dus de media horen dit ook, en dus wordt er over gesproken en geschreven.” Ze concludeerde: „Dit vind ik niet zo netjes.”

Dat deed Antony Burgmans vorig jaar bijvoorbeeld ook, toen AkzoNobel zich verdedigde tegen een vijandig overnamebod van het Amerikaase PPG. Als president-commissaris vocht Burgmans net zo hard terug als AkzoNobels topman. Zó hard zelfs, dat ontevreden aandeelhouders rechtszaken hebben aangespannen om hem weg te krijgen.

Aan mores doet de PVV niet. PVV’er Chris Jansen: „Het staat nergens in het reglement dat dat niet mag, dus het kan.”

Opmerkingen? Mail ons Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.

In december probeert de PVV de Nederlandse en Almeerse vlaggen in de raadszaal te krijgen. De Nederlandse vlag staat dan net in de Tweede Kamer, op initiatief van SGP en PVV. „De nationale driekleur en de Almeerse vlag hebben een mooie en duidelijke functie als symbolen van Almere als Nederlandse gemeente”, stelt de PVV.

Dit is het programma van de Olympische Winterspelen 2018 in Pyeongchang. Filter je favoriete wintersport of zoek naar finales en wedstrijden met leden van Team NL.

Zo dwingt zij de andere partijen tot stellingname. Een stem tegen kan overkomen als afkeer van de vlag. Sommige partijen voelen zich genoodzaakt uit te leggen dat ze wel degelijk trots zijn op Nederland. „Wij hebben geen vlag in dit huis nodig om ons Nederlander te voelen”, zegt de SP.

De linkse middenpartijen hebben het zichzelf lastig gemaakt door eind vorig jaar al te laconiek in te stemmen met motto en manifest voor de jaarlijkse antiracisme-demonstratie rond 21 maart. Pas toen brutale blogs er lucht van kregen dat de demonstratie gericht was tegen „rechtse populisten als Leefbaar Rotterdam, de PVV en Forum voor Democratie”, krabden de linkse partijleiders zich achter de oren. Maar toen was er al geen elegante uitweg meer. Terugtrekken zou de suggestie kunnen wekken dat ze toch geen absolute voorrang verlenen aan de strijd tegen discriminatie en racisme. Daarmee zouden ze Denk en BIJ1, partijen die rond het thema discriminatie zijn gevormd, een impuls geven. Van die partijen wordt verwacht dat ze vooral in Nieuw-West en Zuidoost goede uitslagen zullen maken. Hun resultaten zullen ten koste gaan van PvdA, GroenLinks en SP.

Marco de Kat, fractievoorzitter van Leefbaar Almere: „Bij de PVV moet je altijd kijken wat er áchter een motie zit. Bij deze motie was me duidelijk dat hun Nederland het mijne niet is. Dat staat er niet, maar is wel wat ze bedoelen.”

De nationale driekleur en de Almeerse vlag hebben een mooie en duidelijke functie.

Op de VVD en een verdeelde tweemansfractie van het CDA na stemmen alle partijen tegen. De PvdA komt met de meest uitgebreide verklaring. De partij, die zichzelf in de vergadering een „patriottistische fractie” noemt, ziet de vlag als „symbool dat alle Nederlanders verbindt” en zegt: „Bij de bespreking bleek dat achter deze motie nationalistische motieven zitten. Dan is de vlag er niet om te verbinden, maar om te verdelen.”

Na afloop van de stemming zegt PVV’er Toon van Dijk: „Na de gemeenteraadsverkiezingen gaan we het gewoon nog een keer proberen.”

Aan de andere kant van het politieke spectrum is FvD een directe concurrent. In de zomer reageerde D66-leider Reinier van Dantzig nog ontspannen op de vraag of hij vreesde voor de aantrekkingskracht van Baudet en Nanninga. Er is, zei hij toen, bijna geen overlap tussen D66-kiezers en die voor FvD. Hij zag het als een probleem voor de VVD.

Bij de PVV leeft het idee dat anderen haar geen successen gunnen. Dat andere partijen tegen stemmen omdat een motie of voorstel van de PVV komt, niet omdat ze inhoudelijk tegen zijn. Als voorbeeld noemt de partij de inzet van stadscommando’s, handhavers met verregaande bevoegdheden maar zonder vuurwapen. Het was in 2010 een van de eerste voorstellen die de partij deed in Almere, er moest „meer lichtblauw op straat”. Van Dijk: „Toen werd er lacherig over gedaan.” De motie werd verworpen. Inmiddels wordt er door de hele raad gesproken over een zwaardere maatregel: bewapende boa’s (buitengewone opsporingsambtenaren) op de bus.

FvD kon dit als een overwinning inboeken. Juist toen dit speelde was een folderaar van de partij in Noord belaagd door activisten, dus kon lijsttrekker Annabel Nanninga in een debat SP-wethouder Arjan Vliegenthart voor de voeten werpen dat zij zich hierdoor onveilig voelde. Daar was ook geen weerwoord op mogelijk.

De andere fractievoorzitters zeggen dat er iets anders aan de hand is: de PVV schat niet altijd goed in hoe je een motie moet verwoorden om steun te krijgen. De fractievoorzitters zijn het er niet over eens of dat politieke onhandigheid is of tactiek – zodat de PVV later kan zeggen dat niemand haar steunt.

Hoe dit werkt, is goed te zien in september, bij de discussie over thuiszitters: kinderen die om de een of andere reden niet naar school gaan maar wel leerplichtig zijn. Alle partijen proberen verantwoordelijk wethouder René Peeters (D66) zover te krijgen dat hij vastlegt dat ouders door jeugdzorg en alle andere instanties bij een ‘actietafel’ betrokken worden. Hij houdt vol dat ouders soms het probleem zijn en dan juist niet moeten aanschuiven.

SP en PvdA hebben vorige week besloten dat ze beter afstand kunnen houden van een al te radicale boodschap. GroenLinks wil wel tegen racisme protesteren bij deze manifestatie, maar heeft de handtekening onder het manifest weggehaald.

Er komt een motie aan, dat is duidelijk. Maar als PVV’er Buitelaar die aankondigt, luidt de tekst dat de wethouder „het aantal thuiszitters naar nul moet brengen”. Met daaraan gekoppeld: „Als hij die doelstelling niet haalt, zullen wij politieke actie ondernemen.” Met die twee zinnen verdwijnt de steun van de andere fracties. Nul thuiszitters is onrealistisch. Peeters zegt later: „Ik kán gewoon niet zeggen ‘Ik verbied je om ziek te worden’.”

Opmerkingen? Mail ons Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.

De ene PVV’er is beter in samenwerken dan de ander, zeggen de andere raadsleden. Annette Raijer, die zich onder meer met zorg en welzijn bezighoudt, wordt door haar medewoordvoerders gecomplimenteerd. Ze is echt op inhoud gericht, zeggen zij. Je ziet het in de vergaderingen: op fluistertoon overlegt ze met medewoordvoerders. Ze wisselt met hen blikken van verstandhouding als de immer warrige voorzitter zich vergist in vergadervolgorde of onderwerp. „Ze krijgt andere partijen mee”, zegt Willy-Anne van der Heijden, fractievoorzitter van GroenLinks.

Ook fractievoorzitter Toon van Dijk wordt door vrijwel iedereen geroemd. Wethouder Peeters: „De kwaliteit in de raad is door hem verbeterd. Hij doet ertoe. Hij let op, weet wat gevoelige momenten zijn.” Wethouder Frits Huis (Leefbaar Almere): „Hij is een van de besten die we hebben. Goed van de tongriem, scherp.”

De chipindustrie heeft de auto ontdekt. Het is de belangrijkste reden dat NXP concurrent Free-scale overnam, en op zijn beurt wordt overgenomen door Qualcomm voor 47 miljard dollar. Qualcomm/NXP is vooral gericht op de connected car die continu in verbinding staat met de buitenwereld. Ook Nvidia en Intel storten zich op de autosector; Nvidia’s nieuwe Xavier-chip is gespecialiseerd in het verwerken van sensordata, Intel ontwikkelt servers die de enorme bulk gegevens van auto’s in de cloud gaat analyseren. Er is een spanningsveld tussen fabrikanten van smart sensoren – met microchip en software – en de chipbedrijven die het rekenwerk willen centreren in één zware processor. Om alle computerkracht aan te sturen moet de auto zijn stroomvoorziening opvoeren: de normale 12 volt accu wordt vervangen door een 48 volt- systeem.

Chris Jansen en Willem Boutkan zitten regelmatig vergaderingen voor en worden ook duidelijk gerespecteerd. De smaakmakers, noemt een van de wethouders hen. Buitelaar – die als enige niet meer op de lijst voor de komende verkiezingen staat – is soms scherp, soms onhandig. Ramona Aukes en Ron Dubbelman hoor je vooral als ze de beurt krijgen. Jenny Zerfowski kan vergaderingen lang dromerig naar het plafond staren.

De zelfrijdende auto is de meest tastbare vorm van het ‘internet of things’. Robotauto’s zijn afhankelijk van goede mobiele verbindingen; tussen auto’s onderling om elkaars positie te bepalen en ‘om de hoek’ te kunnen kijken en zo betere beslissingen te nemen. Ook is er continue verbinding met de server nodig om kaartupdates te krijgen en zelf gegevens te delen met de cloud. De nieuwe generatie 5G-netwerken, die nu ontwikkeld wordt, biedt hoge doorvoersnelheden en snelle reactietijden – voor Intel en Qualcomm een nieuwe afzetmarkt. Er moet nog wel een uniforme standaard gevonden worden om alle auto’s met elkaar te laten communiceren – afgezien van alle oudere voertuigen die nog op de weg zijn. Afhankelijkheid van één centrale technologie maakt het verkeer ook kwetsbaarder voor fouten of hacks.

In tegenstelling tot de zusterfractie in de Haagse gemeenteraad is de Almeerse PVV altijd aanwezig. En inhoudelijk altijd goed voorbereid, zeggen ze bij de griffie.

Hoe ziet de auto waar hij rijdt? Er worden 80 miljoen auto’s per jaar gemaakt en de marges zijn laag. Elk dubbeltje wordt omgedraaid. Camera’s en radar zijn inmiddels gemeengoed – zelfs een camera aan de binnenkant die de bestuurder in de gaten houdt. Maar prijzige sensoren zoals de ‘lidar’ (een pulserende laserstraal die de omgeving scant) zijn alleen beschikbaar voor de allerduurste modellen – of voor duurdere trucks. Audi’s A8 wordt dit jaar de eerste productieauto met een lidar, aan de voorzijde. Mobileye, gekocht door Intel, heeft een voorsprong met beeldherkenning; Tesla – een pionier als het gaat om autonoom rijden – stopte met Mobileye en ging zelf software ontwikkelen.

Wethouders hebben het soms moeilijker met de PVV’ers. René Peeters verliest in het debat over thuiszitters zijn geduld en zegt tegen Buitelaar: „Waar ik niet van houd, is dat er leugens verteld worden.”

Hij zegt later: „Ik kan niet tegen onzin. Ik probeerde uit te leggen dat het gaat om 140 meldingen per jaar. Voor een grote stad als Almere is dat heel weinig: op één moment ging het om 29 of zo thuiszitters. Dat kreeg ik maar niet verteld.”

Auto rijden als belevenis op zich wordt minder relevant. „Het draait niet om de auto’s maar om de transportdiensten”, was de opmerkelijke boodschap die Ford-baas Jim Hackett bracht op techbeurs CES. De verwachting is dat in grote steden autobezit verandert in autogebruik – via autodeeldiensten en robottaxi’s. Die trend ligt minder voor de hand in de VS, waar de auto cultureel erfgoed is. Maar in Singapore waar autobezit een uitzondering is, is die stap veel kleiner. We laten niet alleen het stuur los, maar de hele auto.

Hij gelooft niet in politieke onhandigheid. Hij zegt: „Het gaat anders als er geen camera bij is. Tijdens technische voorlichtingen wordt er minder gescoord.”

Wethouder Tjeerd Herrema (PvdA), die woningbouw in de portefeuille heeft, ligt regelmatig in de clinch met Chris Jansen. „Wat hij uitkraamt is soms heel erg. Sociale woningbouwwijken worden getto’s genoemd. Hoor je wat je zegt, denk ik dan, dat je de wereld zo bewust verdraait?”

Stuntrijders van BMW op het parkeerterrein voor het Las Vegas Convention Center maken overuren. Een lange rij bezoekers van techbeurs CES staat klaar om in te stappen en met gierende banden achtjes te draaien. Buiten ruikt het naar verbrand rubber, binnen toont de autoindustrie een hal vol robotauto’s. Chipfabrikanten, automerken uit heel de wereld en hun leveranciers, ontwikkelaars van digitale kaarten en hoogwaardige sensoren: iedereen probeert het zelfrijdende wiel uit te vinden.

Herrema heeft ook de Floriade in zijn portefeuille: de wereldtuinbouwtentoonstelling die in 2022 in Almere zal worden gehouden. Het is een lastig dossier: andere organiserende steden hadden een miljoenenverlies, en lange tijd zagen bewoners alleen dat land werd onteigend en bomen werden gerooid. Uit een peiling van de gemeente bleek dat 85 procent van de Almeerders zich zorgen maakt over het project.

De PVV noemt de Floriade „een elitaire snobistische duurzaamheidskermis”. „Uit de gietertjes komt geen water, maar komen euro’s”, zegt Toon van Dijk in juni.

Vanaf level 4 is er geen bestuurder nodig, maar dat werkt alleen waar de omgeving vooraf in kaart is gebracht. Daar werken Uber en Waymo nu aan: robottaxi’s die rijden in straten die met locatiebepaling zijn afgeschermd (geofencing) – zoals een bus ook zijn vaste route rijdt. Het ‘hoogst haalbare’ is level 5, waarbij de computer continu en overal verantwoordelijk is.

Ook de SP gebruikt stoere taal over de Floriade. Het college krijgt „geen dubbeltje erbij” en de SP waarschuwt dat Almere „met oogkleppen op het ravijn in dondert”.

Om zelfstandig te rijden moet de auto weten waar hij zich precies op de weg bevindt. Kaartleveranciers als Here en TomTom ontwikkelen kaarten met een veel hogere resolutie dan normale navigatiesystemen, nodig om de exacte positie op de rijbaan te bepalen. Ze positioneren zich onder meer door de bebouwing en begroeiing aan de zijkant van de weg vast te leggen.

Maar de PVV gaat net iets verder. Van Dijk zegt dat „de Floriademaffia” de raad „met het pistool van de Capo dei capi dwingt in te stemmen met extra miljoenen. „De PVV laat zich niet chanteren. Er is een alternatief: stoppen.”

Waarschijnlijk verandert er in de toekomst niet zoveel: de autofabrikant is in eerste instantie zelf aansprakelijk en zal na intern onderzoek die aansprakelijkheid doorspelen aan de leverancier. Het voordeel van softwarefouten is dat reparatie op afstand kan plaatsvinden. Het is minder duur dan miljoenen nieuwe airbags plaatsen.

Marcel Benard van de ChristenUnie roept hem tot orde. „Ik geef u graag de gelegenheid na te denken over de term maffia.”

Als Benard later opnieuw het woord krijgt, noemt hij de uitspraken van Van Dijk „beneden alle peil”. „In een land waar we ons zorgen moeten maken over bedreigingen van het openbaar bestuur is dit een totaal misplaatste metafoor.”

De robotauto zet die werkwijze op zijn kop. Niet de versnellingsbak en de motor moeten aan elkaar geknoopt worden, maar camera’s en andere sensoren, kaartgegevens, live verkeersinformatie en data van andere voertuigen. Computer vision en sensor fusion vergen continue updates, niet eens in de vier jaar.

Zulke interventies komen niet vaak voor. Terwijl álle partijen zich ergeren aan het woordgebruik van de PVV – dat, zo zegt een aantal, in schriftelijke vragen en op Twitter nog veel harder is. De toon in de gemeenteraad is verhard sinds de komst van de PVV, vinden ze. De PVV zegt zelf: „We benoemen dingen.”

De auto riskeert hetzelfde lot als de pc en de smartphone: flinterdunne marges voor de hardwaremakers, enorme winsten voor dominante, Amerikaanse besturingssystemen. Dat is de reden waarom autofabrikanten zelfrijdende auto’s bouwen, maar het stuur wel zelf in de hand willen houden.

Toon van Dijk: „Als alle anderen het hebben over ‘verslaafdenopvang’, noemen wij dat gewoon een ‘spuithotel’.” Chris Jansen zegt dat het om begrijpelijkheid gaat: „Je praat niet tegen politieke tegenstanders of de wethouder, maar tegen je achterban, tegen Almeerders.”

Zij vinden dat de rest van de raad omfloerst praat en dingen onbenoemd laat. Van Dijk: „Als je de deplorabele staat van het basisonderwijs in verband brengt met de enorme instroom van migranten, dan mag dat niet gezegd worden.”

Jansen: „Op het moment dat statushouders hier komen wonen, heeft dat gevolgen. Ja, en dan vraag ik ‘Hebben jullie gevraagd wanneer ze weer weggaan?’. Uiteindelijk moet terugkeer het doel zijn. Dat is dus een hele normale vraag. Het antwoord is ‘O, daar heb je de PVV weer’.”

Als alle anderen het hebben over ‘verslaafdenopvang’, noemen wij dat gewoon een ‘spuithotel’.

Meestal gaat het op die harde toon over veiligheid, over Nederlanders met een migratie-achtergrond en asielzoekers, en over wat de PVV de ‘islamisering’ van Almere noemt.

Hilde van Garderen, fractievoorzitter van de VVD, vertelt hoe ze nog kippenvel krijgt als ze terugdenkt aan een vergadering uit 2016, die zij voorzat. De PVV had toen statushouders potentiële verkrachters genoemd.

„Op de tribune zat een Syrische vrouw met hoofddoek en een vrijwilligster die voor haar vertaalde. Die mevrouw moest huilen. Dat vond ik zo confronterend. Wij zijn na al die jaren misschien afgestompt, en daar zag je het gevaar daarvan. Er worden dingen gezegd die niet kunnen. Ik was zó geëmotioneerd. Dat zei ik ook.” De PVV diende een klacht in. „Ik was niet objectief geweest.”

Ook andere raadsleden hebben het soms moeilijk. John van der Pauw, tot oktober fractievoorzitter van de PvdA: „Op enig moment ging het weer over mensen met een kleurtje. In mijn fractie is de helft gekleurd. Dan kun je zo’n woordkeus niet over je kant laten gaan.”

De partijen hebben wel een manier gevonden om met de PVV om te gaan. Die heet: niet altijd reageren. In het begin, in 2010, riep de PVV echt weerzin op, zeggen de fractievoorzitters die er toen bij waren. „Iedereen vloog naar de interruptiemicrofoon. Ik kon me ontzettend opwinden over wat ze zeiden”, zegt Ans DeSumma, tot half oktober fractievoorzitter van de SP. „We hebben met een groepje afgesproken niet meer op alles in te gaan. Anders gaat het steeds over de onderwerpen waarover zij willen praten.”

Willy-Anne van der Heijden (GroenLinks): „We beseften dat mensen ook geïnteresseerd zijn in óns verhaal. Hier in Almere zitten burgers dicht op de vergadertafel. Zij zeiden ‘Hier komen we niet voor’.”

Hilde van Garderen (VVD): „Iedereen zei ‘Ik distantieer me van deze woordkeus’. En dan de volgende fractievoorzitter, en dan de volgende. Dan ben je zo 20, 25 minuten verder. Je kan het ook gewoon hebben over de inhoud.”

Griffier Jan Dirk Pruim raadde raadsleden aan „achterin een schriftje te noteren” wat hen raakte of waar ze zich aan ergerden, en dan een reactie te bedenken. Bij een volgende keer konden ze „die bladzijde raadplegen of diep ademhalen”.

Vanaf dag één in de raad werd de PVV anders bejegend dan andere partijen. Toen Leefbaar Almere in 2002 in de raad kwam – eveneens met negen zetels uit het niets – verwelkomde de PvdA de nieuwe raadsleden met rozen. Toen de PVV in 2010 aankwam, was dat gebaar er niet. De eerste raadsvergadering vond plaats nadat bomhonden het gemeentehuis hadden gecontroleerd.

Wethouder Frits Huis (Leefbaar Almere) zegt eerlijk: „Ik had er moeite mee. Maar je weet: het is legitiem dat ze hier zijn. Een cordon sanitaire zou ook niet goed zijn, dan ontken je dat ze een achterban hebben.”

Toon van Dijk: „We werden met de nek aangekeken. Ze dachten dat we onvoorbereid zouden zijn, halvegare Tokkies. Maar er kwam een club binnen die al driekwart jaar iedere zaterdag aan het trainen was.”

In de raad ging het meteen hard tegen hard. Dat was te wijten aan de ‘Haagse’ wethouders en raadsleden, zeggen sommige raadsleden van toen. Wethouders Adri Duivesteijn (PvdA) en Arno Visser (VVD) en raadslid Raymond de Roon (PVV) kenden elkaar al uit de Tweede Kamer. Griffier Pruim: „Ik had Almere toen de kwaliteiten van 2002 gegund, met de rozen, niet de polariserende bestuursstijl uit Den Haag.” Hij zegt: „Het heeft lang geduurd voordat we weer terug zaten in een Almeerse verhouding.”

De PVV is milder geworden, zeggen raadsleden. „Voorspelbaar”, zegt de VVD: „Je weet waar ze staan.” „Het is vast ook vermoeiend om die harde toon vol te houden”, zegt Bastiaan Malotaux, fractievoorzitter van het CDA: „Af en toe zijn ze constructief zonder rare scheldwoorden.”

Wethouder Huis: „Net als op dag één verwerp ik hun gedachtengoed, maar je kent elkaar nu. Dat is ook gevaarlijk. Dat je denkt: ‘O, hij moet dat even roepen. Dat is Toon, hé pikkie’. Dat is niet goed.”

De Almeerse gemeentepolitiek kent natuurlijk de gewone onderonsjes. Olaf Buitelaar die een fractie-assistente van de PvdA vraagt naar haar vakantie, Toon van Dijk die bedelt om dropjes bij de griffie, Chris Jansen die grapt met VVD’er Hilde van Garderen.

Maar aan twee dingen doet de PVV niet mee: het eten voorafgaand aan de wekelijkse vergadering en de borrel na afloop. Als de anderen naar de koffieruimte lopen voor borrelnootjes, kaasstengels en drankjes, lopen de PVV’ers weg. Ze vinden het verspilling van gemeenschapsgeld. „Het gaat echt niet om kattenpis”, zegt Van Dijk.

De bijeenkomsten zijn werk, zeggen de anderen. „Voor de kwaliteit wijn hoef je er niet te zijn”, zegt Van Garderen. Roelie Bosch van de ChristenUnie: „We wonen in dezelfde stad. Op politieke standpunten kun je botsen, maar als personen kom je elkaar tegen in de supermarkt of op het schoolplein.” Daarom is de nazit belangrijk, zegt ze. „Ik wil graag dat ze deel uitmaken van het geheel.”

„Het gaat in de raad ook om de relatie met elkaar”, zegt griffier Pruim. „De gunfactor komt daarvandaan. Je kan elkaar even vragen: ‘Heb ik je goed begrepen?’” Hij zegt: „Er is weerstand tegen achterkamertjes, maar het sluiten van compromissen en subtiele diplomatie is ook werk.”

Hij heeft een appèl op de PVV gedaan. Maar of de PVV ooit mee zal doen? Toen een PVV’er weleens op een borrel verscheen en een glas cola dronk, belandde een foto daarvan onmiddellijk op sociale media. Pruim: „Toen was het stuk.” Van twee kanten is het nu alles of niets. „Op het moment dat we het eten afschaffen, zegt de PVV ‘We hebben gewonnen’. Al zij wel meedoen, zegt rest ‘Haha, jullie hebben verloren’.”

Jan Lems (D66): „Het is best wel jammer, je krijgt de kans niet te mengen. Zo blijven ze toch een smaldeel.”

Dat, denken anderen, is juist de reden voor de afwezigheid van de PVV. Miranda Joziasse (VVD): „Ze zijn bang één van ons te worden.” En de PVV beaamt dat. Toon van Dijk: „Ze doen er van alles aan om ons binnen te zuigen, ons deel uit te laten maken van het systeem. Dat willen we uitdrukkelijk niet: wij zijn de stem van de stad, niet van ons kent ons.”

Wat de partij helpt, is dat communicatie met de bewoners een probleem is waar de gemeente Almere mee kampt. Tien maanden lang komt het in vrijwel alle vergaderingen terug.

In het voorjaar, als bewoners zich overvallen voelen door bomenkap. In de zomer rond de komst van een blijf-van-mijn-lijfhuis, in de winter rond het verplaatsen van een camping.

In mei gaat het over ‘containerwoningen’: tijdelijke woningen waar volgens het college vooral jongeren zullen willen wonen. De bewoners van de wijk Tussen de Vaarten vrezen overlast. Maar wat vooral steekt, is dat ze op een informatieavond te horen kregen dat de woningen er zouden komen én dat daar niets meer tegen te doen viel.

De PVV gaat handig om met die frustraties. „Als we een misstand zien, springen we erop in”, zegt Chris Jansen.

Bij de andere partijen heet dat: ‘Loket PVV’. Ook zij vinden dat er van alles schort aan de communicatie vanuit het stadhuis. Maar zij zeggen: de PVV kiest áltijd de kant van de burger. Terwijl soms het algemeen belang voor een groepsbelang moet gaan. Ook omdat bewoners soms tegengestelde belangen hebben.

Miranda Joziasse (VVD) zegt: „Op die manier zullen ze nooit meebesturen. In een coalitie komt er altijd een afspraak langs waarbij je de bewoners moet teleurstellen.”

Wethouder Herrema (PvdA) zegt: „Als je bezwaren als uitgangspunt neemt, zeg je eigenlijk ‘De overheid deugt niet’ en daarmee bevestig je het afhaken van de burger.”

Soms heeft de gemeente wél uitgebreid geïnformeerd en gecommuniceerd, al is het resultaat niet wat bepaalde bewoners wilden. Bij de windmolens bijvoorbeeld, waarbij PVV’er Willem Boutkan de bewoners complimenteert over hun kritische inbreng. Er zijn inspraakavonden geweest, er is een klankbordgroep opgericht, er is een windsafari geweest met de wethouder, plannen zijn daarop aangepast en online voorgelegd aan bewoners.

„Het lijkt erop dat er echt geprobeerd is met u mee te denken”, houdt Ulysse Ellian van de VVD de bewoners voorzichtig voor.

Hij kan het niet laten een sneer uit te delen aan de PVV. Ellian: „Meneer Boutkan, dat is misschien voor uw partij moeilijker te behappen, uiteindelijk probeert men in een democratisch proces zo goed mogelijk de belangen van zo veel mogelijk mensen te behartigen en een besluit te nemen dat zo veel mogelijk recht doet daaraan.”

Een van de bewoners neemt het voor de PVV op. „De VVD is de enige die in dit hele proces in het geheel niet heeft gereageerd op e-mails en brandbrieven. Dat moet me even van het hart.” Na afloop bedankt Boutkan haar hartelijk. Wat heeft de PVV met die inbreng bereikt? De bewoners voelen zich gehoord, maar de windmolens komen waar ze komen.

Veel, meent de PVV. Chris Jansen: „Ik denk dat we op minstens 150 aangenomen moties en amendementen zitten, over echt inhoudelijke dingen.” De griffie zegt dit niet bij te houden. Jansen is trots op aanpassingen van bestemmingsplannen, zodat „bijna alle inwoners zich erin kunnen vinden”. Toon van Dijk zegt: „Over islamisering werd in Almere niet gesproken, dat was geen onderwerp op de agenda.” Hij zegt: „We hebben de verkwistingsdrift weten in te tomen bij het college.” Hij wijst erop dat er dankzij de PVV een openbare declaratieregister kwam – „Al die tripjes die stilzwijgend werden gedaan hebben we tegen het licht gehouden” – en een subsidieregister. En Van Dijk zegt: „Wij zijn de spreekbuis van een groot deel van de inwoners van Almere.”

Dat is waar het om draait in de gemeenteraad, zegt griffier Jan Dirk Pruim. „Als collega’s zeggen ‘O jee, de PVV wil hier in mijn gemeente meedoen’, zeg ik ‘Gefeliciteerd’. Hier in Almere hebben PVV-stemmers een gezicht en een stem in de raad.”

Luister ook de podcast over het vinden van geschikte kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat blijkt voor veel partijen moeilijker dan gedacht.

Franc Weerwind, sinds 2015 burgemeester. Krijgt als hij zijn sonore stem verheft iedereen stil.

Tjeerd Herrema(PvdA), wethouder van ruimte, wonen, wijken. En van de Floriade. Praat daarom enthousiast en graag over bomen.

Frits Huis (Leefbaar Almere), wethouder van openbare ruimte, cultuur en milieu. Partij werd bij hem thuis opgericht uit zijn kaartclub.

René Peeters (D66), wethouder van onderwijs, jeugd, sport. „Volg Peeters op Twitter en je weet wat er gebeurt in Almere”, schreef krant Almere Deze Week.

Hilde van Garderen (VVD), fractievoorzitter. Komt regelmatig met scherpe humor uit de hoek.

John van der Pauw, (PvdA), oud-fractievoorzitter. Kan het soms niet nalaten de PVV’ers persoonlijk aan te vallen. Het grote talent in zijn partij is Kerim Iskender.

Marco de Kat (Leefbaar Almere), fractievoorzitter. Is het altijd eens vorige spreker.

Ans DeSumma (SP), oud-fractievoorzitter. Weet de woorden ‘sociale woningbouw’ altijd in haar beantwoording te krijgen.

Marcel Benard ( ChristenUnie), fractie-assistent. Een van de beste debaters in de raad, nu lijsttrekker.

Toon van Dijk (PVV), fractievoorzitter. De beste spreker in de raad, met de meest heldere woordkeus.

Jan Dirk Pruim, griffier en het geweten van de raad. Denkt praktisch na over hoe de kloof tussen burger en raad gedicht moet worden.

Opmerkingen? Mail ons Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.


at Twitter: