Raadsbrief onderzoeksrapport De achterkant van Amsterdam – Amsterdam.nl

AMSTERDAM – De hoofdstad heeft de strijd tegen de georganiseerde misdaad vrijwel verloren. De autoriteiten zijn slecht ingevoerd in de drugseconomie en -criminaliteit, de politie heeft de drugsbestrijding volledig laten liggen en justitie verzuimt de echte misdaadstructuren aan te pakken.

Dat zijn de vernietigende en verontrustende conclusies van het vertrouwelijke onderzoek De achterkant van Amsterdam naar ondermijnende criminaliteit in de hoofdstad in opdracht van de gemeente Amsterdam. Het rapport is toegespeeld aan De Telegraaf.

Het onderzoek is gedaan door hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp. Het rapport wordt vrijdag gepresenteerd.

Het rapport is een scan van de problemen rondom de drugsbestrijding in de hoofdstad. Het bevat veel feiten die al bekend waren, zoals dat er in Nederland, onder meer door de fiscale wetgeving, vele miljarden kunnen worden witgewassen en verborgen. Ook wordt er veel criminele winst in Amsterdam uitgegeven en geïnvesteerd, bijvoorbeeld op de PC Hooftstraat. Tops en Tromp kregen toegang tot documenten uit het openbaar bestuur, en spraken 64 bronnen.

Drugsgerelateerde criminaliteit in Amsterdam heeft vrij spel en een ontwrichtende werking op de stad. De gemeente pakt niet door bij projecten die verwevenheid van de onder- met de bovenwereld moet voorkomen en informatie tussen relevante instanties wordt nauwelijks gedeeld. Het ontbreekt aan inzicht in de mate waarop crimineel geld in de legale economie wordt gepompt. Het terugdringen van de ondermijnende drugscriminaliteit kost zeker tien tot vijftien jaar.

Volgens hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp, die het onderzoek hebben uitgevoerd, lukt het de politie, justitie en de gemeente niet om de echte misdaadstructuren aan te pakken.

“Voor de Amsterdamse politie heeft de aanpak van drugs nauwelijks prioriteit gehad de afgelopen decennia (alleen de uitwassen in de vorm van liquidaties krijgen volop aandacht). Het OM concentreert zich op afzonderlijke strafdossiers en niet op onderliggende structuren.”

Zo zouden bijvoorbeeld gegevens niet worden verzameld of door verschillende diensten “op uiteenlopende manieren worden bijeengebracht”. Dit zou ertoe leiden dat de verschillende soorten informatie niet met elkaar te rijmen zijn.

Onderzoekers Pieter Tops en Jan Tromp hebben zich gespecialiseerd in wat zij en de politie noemen ‘ondermijning’ van Nederland. Eerder schreven ze over de drugscriminaliteit in Noord-Brabant en productie van synthetische drugs. Tops was dinsdag in het nieuws met een conclusies over wiethandel in Canada en een bezoek aan dat land dat hij voor de politie heeft gedaan.

Volgens de onderzoekers is de Amsterdamse politie relatief succesvol in de aanpak en opsporing van liquidatiezaken, mede doordat de recherche nu ook beschikt over de ontsleutelde gegevens van de zogeheten PGP-telefoons.

Een anonieme bron zegt in het rapport dat juist door de investeringen van drugsgeld op de onroerend goed markt de huizenprijzen in Amsterdam zo sterk stijgende zijn. De gemeente zou de grip op die markt kwijt zijn, ook weer op de Wallen. En dan zijn er nog alle incidenten met handgranaten en de schietpartijen op straat. (tekst loopt door onder reclame)

“Naarmate men echter lager in de drugswereld komt, zeg maar afdaalt naar Amsterdams straatniveau, wordt de informatiepositie beperkter”.

Er zijn kortom indicaties dat de drugshandel greep heeft op de Amsterdamse economie en samenleving. De onderzoekers vinden dat er teveel drugs wordt gebruikt in de stad en dat die drugs te gemakkelijk te verkrijgen zijn. Ze zeggen te denken dat een strakkere handhaving drugsgebruik in de stad kan terugdringen.

In het rapport wordt geschetst dat geharde criminelen graag gebruikmaken van jongens en mannen met een lager IQ, van rond de 80, die er graag “bij willen horen”. “De hulpverlening in de stad ziet het gebeuren: Het is voor die jongeren een no-brainer om overal op in te gaan. Het maakt hun toekomst kapot.”

De onderzoekers hebben al wel (bekende) adviezen klaar voor burgemeester Femke Halsema. Betere samenwerking tussen politie, gemeente, justitie, andere instanties en het bedrijfsleven. Langdurig en consequent regisseren van het beleid. Meer geld. Drugsgebruik terugdringen.

De aanname van een deskundige in het rapport is dat miljarden euros per jaar, vermoedelijk meer dan 10 miljard, “vanuit Amsterdam over de wereld uitwaaieren”.

In het onderzoek wordt verder geschetst hoe Amsterdam gebukt gaat onder drugscriminaliteit. Zo zijn vergunningsaanvragen voor horeca in het voorjaar van 2019 bestudeerd. Dit waren er 337, waarvan bij 50 procent gebruik werd gemaakt van onderhandse financieringen. Liefst 35 procent van de financiers had een strafblad (waarbij zware verkeersovertredingen meetelden).

Desalniettemin concluderen de onderzoekers wel – op basis van ‘gebrekkige data’ (zo schrijft De Telegraaf) – dat de drugscriminaliteit in vergaande mate vrij spel heeft en een ontwrichtende werking heeft op de stad.

Burgemeester Femke Halsema laat in een reactie weten het geschetste beeld te herkennen. Zij had om dit eerste, verkennende onderzoek gevraagd en heeft meerdere maatregelen op de stapel om het probleem aan te pakken.

“Wat het Amsterdamse beleid vooral nodig heeft, is een lange adem. Terugdringing van de drugscriminaliteit vergt een collectief bewustzijn van het vraagstuk over een langere periode”, aldus de onderzoekers. Zij stellen dat een aanpak zeker tien tot vijftien jaar volgehouden moet worden.

De Nederlandse politiebond (npb) roept in een reactie op het rapport minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid op “om vijfhonderd agenten vrij te maken voor een nieuwe landelijke recherche-eenheid die zich volledig richt op het ontmantelen van georganiseerde en zware criminaliteit”.

Met deze nieuwe eenheid hoopt de voorzitter Jan Struijs van de npb dat er meer capaciteit komt voor opsporing en inlichtingen. “Het moet een soort Nederlandse FBI worden”, aldus Struijs.