Herten langs het spoor tussen Santpoort-Noord en Haarlem

Herten langs het spoor tussen Santpoort-Noord en Haarlem
Deze mensen komen in actie na een zelfmoord op het spoor: Het went nooit
Ruim tweehonderd keer per jaar maken mensen een einde aan hun leven door voor de trein te springen. Wat doet spoorbeheerder ProRail om suïcides te voorkomen? En hoe gaan medewerkers van ProRail om met de heftige situaties die zij tegenkomen?

Deze mensen komen in actie na een zelfmoord op het spoor: Het went nooit Jaarlijks maken zo’n 250 mensen een eind aan hun leven door voor de trein te springen. Zelfmoord op het spoor is niet alleen tragisch, het treinverkeer wordt ook flink verstoord.

Deze mensen komen in actie na een zelfmoord op het spoor: Het went nooit

Trouw schrijf hoe medewerkers van spoorbeheerder ProRail omgaan met de heftige situaties die zij aantreffen, en hoe het bedrijf suïcides probeert te voorkomen.

Lees ookJoris van Casteren schreef een boek over de moeder en dochter die met vijf honden voor de trein stapten

Het zijn de Incidentenbestrijders bij ProRail die worden opgeroepen als iemand een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Marco Philipsen is zo iemand. Aan de krant vertelt hij hoe hij ter plaatste handelt, samen met de brandweer en politie, die er vaak al zijn. Laatstgenoemde heeft in eerste instantie de leiding, omdat er sprake is van een plaats delict. Zij onderzoeken of er sprake is van zelfdoding, een ongeluk of moord. “Tot die tijd mag er niets worden verplaatst. Het enige waar we mee kunnen beginnen is het evacueren van de reizigers.”

Door suïcide ligt vaak het hele treinverkeer plat. Vorig jaar werden veertienduizend treinen gehinderd, en het leidt jaarlijks tot zo’n 25 miljoen euro aan operationele kosten. Incidentbestrijders zoals Philipsen zorgen ervoor dat de verstoring zo snel mogelijk wordt opgelost. Ook doet ProRail er alles aan om suïcides te voorkomen: zo surveilleren medewerkers op locaties waar vaak ‘spoorlopers’ zijn, hangen er camera’s op stations en bij overwegen en wordt het zo moeilijk mogelijk gemaakt om bij het spoor te komen. Dat betekent allereerst zoveel mogelijk hekwerk rond sporen, maar ook anti-loopmatten met schuimrubberen omhoogstaande punten.

Incidentbestrijders zoals Philipsen werken onder tijdsdruk: “Het slachtoffer moet op een nette manier worden geborgen. Maar het is ook van belang dat de reizigers in de gestrande trein zo snel mogelijk hun weg kunnen vervolgen.” Het is een pittig beroep, met verhoogde kans op gezondheidsklachten. Toch kan Philipsen het goed van zich afsluiten: “Je groeit er langzaam in. Het went natuurlijk nooit, maar je leert er wel mee omgaan.”

In het LINDA.tv-programma Hoe is het nu met? vertellen machinisten over hun aanrijding.


Haarlem at Twitter: