Leefbaarheid in Rotterdam-Zuidwijk neemt af

Leefbaarheid in Rotterdam-Zuidwijk neemt af
Leefbaarheid armste wijken holt achteruit | Binnenland
In wijken met veel sociale huurwoningen is een sterke instroom van kwetsbare huurders, met de laagste inkomens en lichamelijke of geestelijke problemen.

Volgens de onderzoekers is sprake van een groter wordende tweedeling tussen buurten met veel sociale huurwoningen en andere wijken. Huurders in de sociale huursector zijn in toenemende mate mensen uit de laagste inkomensgroep. Zij vormen steeds vaker de meerderheid in buurten die voor tweederde of meer uit sociale huurwoningen bestaan. Deze mensen kampen ook vaker met psychische, fysieke en persoonlijke problemen zoals verslavingen. Van hen verwacht de overheid tegenwoordig dat zij op zichzelf wonen.

Door deze problematiek kunnen de kwetsbare huurders minder goed voor hun wijk zorgen en is er minder sociale cohesie. In de buurten waar de meeste huizen tot de sociale huursector behoren, is er sprake van 15 procent meer overlast en 9 procent meer agressie dan landelijk gemiddeld is, schrijven de onderzoekers. Anderhalf miljoen mensen zouden in dergelijke woonbuurten wonen, 10 procent van alle wijken in Nederland.

In het rapport wordt gekeken naar de ontwikkeling van de sociale huursector en leefbaarheid in de periode tussen 1998 en 2015. De onderzoekers concluderen dat de negatieve spiraal die zij beschrijven, een ontwikkeling is die zich al zon twintig jaar doorzet.

Sinds 1998 is het aantal corporatiewoningen met 400.000 afgenomen, tot 2,2 miljoen woningen in 2015. De woningcorporaties verkochten de sociale woningen in betere buurten en er ontstonden lange wachtlijsten. Zo is de sociale huur in die periode verder beperkt tot de laagste inkomens. Huishoudens met een middeninkomen trekken vaak weg uit de wijken. Het gevolg is een eenzijdige samenstelling van een buurt, schrijven de onderzoekers.

De woningcorporaties zien in de onderzoeksresultaten een bevestiging van zorgen die eerder zijn geuit. Aedes noemt de huismeesters van corporaties de oren en ogen in de wijk en pleit voor meer geld van de overheid. De woningcorporaties zouden volgens voorzitter Marnix Norder de mogelijkheid moeten krijgen om bewoners uit de kwetsbare groepen meer verspreid in de wijk te huisvesten.

Lisa Dupuy 8 november 2018 om 10:23 Mail de redactie Artikel opslaan Opmerkingen? Mail ons Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt. U kunt ons ook anoniem een tip geven.

De leefbaarheid in arme wijken gaat achteruit en de tegenstelling met welvarendere wijken wordt steeds groter. Daarvoor waarschuwt Aedes, de koepel van woningcorporaties. “De Vogelaarwijken zijn terug”, zegt voorzitter Marnix Norder.

Aedes liet de leefbaarheid in woonwijken onderzoeken. Daaruit blijkt dat in wijken die voor meer dan twee derde uit sociale huurwoningen bestaan, meer mensen instromen met lage inkomens en psychische of fysieke problemen. In deze wijken wordt 15 procent meer overlast en 9 procent meer agressie geregistreerd dan het landelijke gemiddelde.

Volgens Aedes-voorzitter Norder komen de problemen vooral door de strenge regels voor woningcorporaties, waardoor die goedkope sociale huurwoningen moeten toewijzen aan de laagste inkomens. “Dat zijn regelmatig mensen met grote problemen, zoals verslaving en eenzaamheid. Dat zijn overlevers in de samenleving, mensen die hulp vragen in plaats van dat ze iets kunnen geven. En die komen dan bij elkaar.”

Een andere oorzaak is volgens Aedes dat mensen met verstandelijke beperkingen steeds minder in instellingen wonen. “Nu moet zo iemand in zijn eentje in zon corporatiewoning zien te overleven.”

In wijken met veel sociale huurwoningen gaat het hierdoor elk jaar iets slechter, zegt Norder. “Er zijn portieken waar alleen nog hulpbehoevende ouderen, armlastige alleenstaanden of mensen met een beperking wonen. Die mensen staan er alleen voor, veroorzaken overlast, hebben schulden of zijn verslaafd.”

De Utrechtse woningcorporatie Mitros herkent de problemen. “Wat je in Overvecht ziet, is dat je heel veel goedkope sociale huurwoningen op een kluitje hebt en dat geeft problemen”, zegt bestuurder Bastiaan Staffhorst.

Volgens Norder wordt hierdoor de tweedeling tussen goede en slechte wijken steeds groter en zijn de Vogelaarwijken terug bij af. Hij doelt op veertig probleemwijken die minister Vogelaar in 2007 aanwees. Met extra investeringen moest de leefbaarheid in deze zogeheten krachtwijken of prachtwijken verbeteren.

Aedes denkt dat de leefbaarheid in wijken met veel sociale huurwoningen kan verbeteren als kwetsbare bewoners beter worden begeleid. Ook willen de woningcorporaties meer vrijheid bij de toewijzing van woningen.

Als ook middeninkomens hiervoor in aanmerking komen, zouden niet alleen kwetsbare mensen naar deze wijken trekken. Aedes wil dat deze ruimere mogelijkheden worden besproken bij de evaluatie van de Woningwet.

Ook minister Ollongren erkent dat veel probleemwijken een “te eenzijdige samenstelling” hebben. Zij vindt dat dat moet worden doorbroken, maar benadrukt ook dat het met ongeveer de helft van de veertig belangrijkste probleemwijken al beter gaat.

“Gemengde buurten zijn echt noodzakelijk: zo divers mogelijk is toch het allerbeste; van lage tot iets hogere inkomens, maar ook middenhuur en koopwoningen”, zegt de minister. Volgens Ollongren hebben corporaties ook zelf mogelijkheden om huizen op een andere manier toe te wijzen.