Baggeraar van Oord wordt koninklijk, bedrijf schenkt Rotterdam uitkijktoren aan …

Baggeraar van Oord wordt koninklijk, bedrijf schenkt Rotterdam uitkijktoren aan ...
Jarige baggeraar Van Oord wordt koninklijk
Het is feest bij de Rotterdamse baggermaatschappij Van Oord. Het bedrijf vierde vandaag zijn 150-jarige bestaan en kreeg het predicaat koninklijk uitgereikt. En zon titel krijg je niet zomaar.

Frank van der Vorm noemt het “een behoorlijk intensief traject”. Zijn adviesbureau helpt bedrijven bij het aanvragen van de onderscheiding. Van Oord doorliep het traject overigens op eigen kracht. Maar hoe ziet dat traject eruit? Van der Vorm legt uit:

Baggeraar van Oord wordt koninklijk

“Een bedrijf vraagt het predicaat aan bij de burgemeester van zijn gemeente. Die doet eerst onderzoek of er geen strafbare feiten zijn gepleegd door het bedrijf of de bestuurders ervan. Vervolgens gaat het naar de commissaris van de koning. Dan volgt nieuw onderzoek of het bedrijf zich bijvoorbeeld aan de milieurichtlijnen houdt. Ook de arbeidsinspectie gaat op bezoek en ondervraagt het personeel. Mocht het bedrijf niet goed zijn voor zijn mensen, dan kun je het predicaat vergeten.”

In mei 2018 waren er 577 bedrijven en verenigingen geregistreerd met het predicaat koninklijk. Om ervoor in aanmerking te komen moet een bedrijf of vereniging:

Minstens 100 jaar oud zijn.Een familiebedrijf zijn.Van onberispelijke staat.Vooraanstaand zijn in de eigen branche.

Zelfs als je aan alle criteria voldoet, staat niet op voorhand vast dat je het predicaat krijgt. “Als de koning negatief beslist, krijg je nooit te horen waarom,” zegt Van der Vorm. “Het gevaar bestaat dan namelijk dat bedrijven het gaan aanvechten. En het ontvangen van het predicaat is een gunst, geen recht. Dit is een van de weinige dingen die de koning helemaal zelf kan beslissen.”

Het is dan ook wel zaak om als bedrijf of vereniging fatsoenlijk te blijven opereren, weet ook het koninklijke Ahold. Begin deze eeuw, toen het bedrijf verwikkeld raakte in een boekhoudschandaal, liet koningin Beatrix weten dat het bedrijf een jaar de tijd had om orde op zaken te stellen. Anders moesten ze hun koninklijke onderscheiding inleveren. Beatrix was uiteindelijk blijkbaar tevreden want Ahold hoefde de titel niet op te geven.

Pieter van Oord, de CEO van het bedrijf, heeft vanmiddag speciaal voor de gelegenheid in de Rotterdamse Laurenskerk een oranje stropdas om. Hij neemt de oorkonde trots in ontvangst. Net daarvoor heeft de zaal een film gezien waarin projecten getoond worden die door Van Oord zijn gemaakt: de Afsluitdijk, de Tweede Maasvlakte, een windmolenpark op zee en tal van projecten in het buitenland.

Wat brengt het predicaat koninklijk de Rotterdamse baggeraar? “Allereerst zijn onze werknemers trots op deze onderneming en dit predicaat bevestigt die trots,” zegt Pieter van Oord.

“Daarnaast is Van Oord een internationale onderneming. Het internationaal zaken doen wordt makkelijker als je koninklijk bent. Niet dat ik het hard kan maken in cijfers, maar het helpt. Mensen weten dat als ze zaken doen met een onderneming die koninklijk is, dat het een betrouwbare onderneming is met een goede reputatie.”

Baggeraar Van Oord mag zich voortaan koninklijk noemen. Het familiebedrijf uit Rotterdam vierde vrijdag zijn honderdvijftigste verjaardag en kreeg bij die gelegenheid een oorkonde over de nieuwe, koninklijke status van Jaap Smit, commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland.

Om het predicaat koninklijk te krijgen moeten bedrijven aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten ze minimaal een eeuw bestaan, meer dan honderd medewerkers in dienst hebben, toonaangevend zijn in hun vakgebied en een goede reputatie hebben. 

Topman Pieter van Oord noemde het een voorrecht om het predicaat koninklijk te mogen voeren. "Het is een bekroning op het honderdvijftig jaar ondernemerschap, durf en doorzettingsvermogen van mijn voorgangers en alle medewerkers nu."

Cadeau aan Rotterdam In een filmpje op haar website laat Van Oord weten dat het Rotterdam een cadeau geeft om het jubileum te vieren. Het gaat om een uitkijktoren op het Eiland Van Brienenoord aan de voet van de Maas. Het bedrijf wil inwoners zo laten nadenken over de relatie tussen het water en de stad.