Meer dan tien aangiftes tegen Gökmen Tanis na tramaanslag Utrecht – AD.nl

Meer dan tien aangiftes tegen Gökmen Tanis na tramaanslag Utrecht - AD.nl
Meer dan tien aangiftes tegen Gökmen T. na aanslag Utrecht
De serviceafdeling is te bereiken op telefoonnummer 088 – 0505 050. De servicepagina kun je hier vinden. Klik hier om direct de Krant.ad.nl te lezen.

Meer dan tien mensen hebben bij de politie aangifte gedaan tegen Gökmen T. nadat hij het vuur had geopend in een tram in Utrecht. Het gaat om mensen die in of rondom de tram aanwezig waren op het moment van de aanslag, laat het Openbaar Ministerie aan RTL Nieuws weten.

Gökmen T. opende op 18 maart het vuur in een tram op het 24 Oktoberplein in Utrecht. Hierbij kwamen vier mensen om het leven. Meer dan tien andere mensen hebben na deze aanslag aangifte gedaan bij de politie, zo blijkt nu.

Meer dan tien aangiftes tegen Gökmen T.

Ze hebben aangifte gedaan van poging tot moord, poging tot doodslag en bedreiging met een terroristisch oogmerk. “Het gaat om mensen die gewond zijn geraakt, maar ook om mensen die niet gewond zijn geraakt maar zich wel benadeeld voelen door de verdachte”, laat een woordvoerder van het OM weten.

Het zelfonderzoek moet volgens de Inspectie worden gedaan om het lerend vermogen te bevorderen van organisaties waar zij toezicht op houdt. Dit doet zij onder meer door hen aan te sporen zelf onderzoek te doen en als Inspectie bij te dragen aan de kwaliteit van die onderzoeken.

Letselschadespecialist Yme Drost stelt dat het zeer waarschijnlijk is dat mensen die niet gewond zijn geraakt, wel schade hebben. “Ogenschijnlijk is er dan niets aan de hand, maar als je zoiets meemaakt is de kans groot dat je psychische klachten krijgt. Ze slapen slecht, dromen ervan, krijgen herbelevingen of zelfs PTSS.”

UTRECHT – Meer dan tien mensen hebben de afgelopen tijd aangifte gedaan tegen de verdachte van de aanslag in de tram op 18 maart in Utrecht. Het gaat niet alleen om mensen die gewond raakten, maar het zijn bijvoorbeeld ook getuigen en mensen die te hulp schoten.

Ook Nicky van Grinsven deed aangifte tegen Gökman T., terwijl hij zelf niet gewondraakte tijdens de aanslag. Hij was omstander en hielp gewonden toen de schietpartij nog bezig was. 

Gekeken wordt hoe de lokale en de nationale crisisorganisaties hebben gehandeld en de politie heeft gefunctioneerd. Verder wordt gekeken of signalen bekend waren dat de verdachte radicaliseerde.

Hij werkte die dag als bouwvakker toen hij een meisje hoorde gillen bij een tram op het 24 Oktoberplein en schoot direct te hulp. “Ik voel niets meer!”, riep het meisje. Nicky rende zonder twijfel op haar af en kwam middenin de aanslag terecht.

Het meisje dat geraakt was, legde hij achter een auto, weg van de tram. Daarna rende Gökman T. naar buiten, op hun af. “Terwijl ik en een collega begonnen te rennen, schoot hij op ons. We zagen de kogels in de autoruit vliegen.”

De zaak tegen T. komt op 1 juli voor het eerst voor de rechter, in Utrecht, tijdens een niet-inhoudelijke behandeling.

Nog elke dag denkt hij aan het moment dat hij Gökmen T. in de ogen keek. “Ik zit in therapie en ik kon lang niet werken. Ik heb er nog elke dag financiële en mentale lasten van.” Nicky besloot daarom aangifte van poging tot doodslag te doen. 

Het is volgens het OM gebruikelijk dat mensen die benadeeld zijn aangifte doen tegen een verdachte in een strafzaak.

Letselschadeadvocaat Drost adviseert altijd om in dit soort zaken aangifte te doen, zoals ook Nicky van Grunsven (zie bovenstaand kader) heeft gedaan. Als het Openbaar Ministerie deze zaken voegt in de strafzaak tegen Gökmen T., krijgen de slachtoffers bij veroordeling een schadevergoeding. Dit gaat via het strafrecht eenvoudiger dan via het civiel recht, geeft Drost aan. “Maar het gaat ook om erkenning. Dat ze zich gehoord voelen als slachtoffer, dat is ook heel belangrijk.”

Hoeveel geld slachtoffers kunnen krijgen, is niet te zeggen volgens Drost. “Als ze aan alle criteria voldoen, dus ook in het rechtssysteem als slachtoffer worden gezien, dan kunnen ze geld krijgen voor materiële en immateriële schade. Denk bijvoorbeeld aan het verlies van verdienvermogen en de kosten voor psychologen.”